Veel gestelde vragen

De zorg voor een van de zwangeren in de IRIS studie wordt overgenomen door de 2e/3e lijn. Blijft deze zwangere in de IRIS studie en hoe gaat het beleid verder?

De zwangere blijft in de IRIS studie, haar gegevens worden met haar goedkeuring hoofdzakelijk uit de PRN gehaald. Als de zorg overgenomen wordt door de 2e/3e lijn, gaat het beleid in wat de 2e/3e lijn bepaalt, met twee varianten:

1. Indien vermoeden groeivertraging: dringend verzoek om de IRIS aanbevelingen voor de 2e lijn in acht te nemen. De verloskundige wijst de klinische collega hier mondeling en schriftelijk op door bij voorkeur de overdrachtsbrief van de IRIS studie te gebruiken (in de studiemap, extra te printen van de website). Uiteraard kan de 2e/3e lijn ons contacteren bij vragen/onduidelijkheden omtrent de studie.

2. Indien overige reden overname, komt de "IRIS structuur" te vervallen: in de interventieconditie hoeft de echo niet meer in de 1e lijn gemaakt te worden en de 2e lijn gebruikt gewoon haar eigen indicatie(s) voor eventuele echo's (afhankelijk van de opgetreden aandoening etc.). Geef wel uitdrukkelijk aan dat deze vrouw in de IRIS studie zit + haar studienummer. Ook hiervoor kan dezelfde overdrachtsbrief gebruikt worden. Er kan gaandeweg namelijk altijd nog een vermoeden groeivertraging optreden en/of mocht er dossieronderzoek nodig zijn, hebben we hier alvast een goede documentatie. De zwangere wordt dus NIET uit de IRIS studie geëxcludeerd.

Mocht de zwangere nog terugverwezen worden naar de 1e lijn, worden alleen de groei-echo('s) aangeboden in de interventieconditie EN indien zij tussen de 28w0d-30w0d en/of tussen de 34w0d-36w0d zwanger is op het moment dat ze weer in de 1e lijn in zorg is.  

Een van de zwangeren onder controle in onze verloskundigenpraktijk geeft aan geen echo's te willen. Kan ik haar nog vragen voor de IRIS studie? 

Ja, u kunt deze zwangere nog steeds vragen voor de IRIS studie, ongeacht of uw praktijk in de controle of al in de interventieconditie zit. In de IRIS studie vragen wij immers alleen toestemming aan de zwangere voor het gebruik van haar gegevens. Op het startformulier (in te vullen door de verloskundige) kunt u aangeven dat deze zwangere geen echo's wenst. Ook de zwangere zelf kan dit aangeven op het toestemmingsformulier. In het geval van de interventieconditie gaat het erom dat de zwangere de echo's aangeboden heeft gekregen.

Een van de zwangeren onder controle in onze verloskundigenpraktijk heeft een indicatie voor een echo. Kan ik haar nog vragen voor de IRIS studie?

Ja, u kunt deze zwangere nog steeds vragen voor de IRIS studie. Op het startformulier (in te vullen door de verloskundige) kunt u aangeven dat er bij deze zwangere een reden is om een echo uit te voeren. We verzoeken u ook om de reden voor deze echo aan te geven, u kunt in vrije tekst ook aangeven of het bijvoorbeeld om een lokale afspraak gaat.

Een van de zwangeren uit onze praktijk geeft aan dat zij gaat verhuizen gedurende deze zwangerschap en overgaat naar een andere verloskundigenpraktijk. Kunnen haar gegevens, mits zij daar toestemming voor geeft, nog gebruikt worden voor de IRIS studie? 

Ja, u kunt deze zwangere nog steeds vragen voor de IRIS studie. 

Indien zij al aangeeft dat zij gaat verhuizen op het moment dat u haar vraagt voor de IRIS studie, kunt u het meteen op het startformulier (in te vullen door de verloskundige) aangeven. Geef hierbij aan naar welke verloskundigenpraktijk zij overgaat (naam + plaatsnaam) en vanaf welke zwangerschapsduur zij overgaat.

Indien de zwangere pas in een later stadium aangeeft dat zij gaat verhuizen, kunt u dit via irisstudie@vumc.nl of telefonisch of per fax aan ons doorgeven. Vermeld hierbij uw eigen praktijknaam, het IRIS-nummer van de betreffende zwangere, bij welke zwangerschapsduur zij overgaat en de naam en plaats van de verloskundigenpraktijk die de zorg over gaat nemen.

Waarom heeft men in de IRIS studie uiteindelijk toch besloten om de metingen niet in de geïndividualiseerde curves te plotten?

Zoals wij bij het uitstel destijds hadden aangegeven waren er nog de nodige obstakels omtrent de implementatie van GROW-NL: denk onder andere aan de beschikbaarheid van de geïndividualiseerde curves, de uniformiteit in codering van etniciteit. Dit levert de IRIS studie al ruim 9 maanden vertraging op, terwijl de vraag van de IRIS studie gaat over de (kosten)effectiviteit van de routine 3e trimester echo in Nederland en NIET over GROW. Nog steeds zijn de GROW-curves niet voor iedereen beschikbaar (denk ook aan echocentra en ziekenhuizen). Daarnaast spelen er op dit moment een aantal andere zaken. Ten eerste is er zowel binnen Nederland als internationaal nog volop discussie over welke groeicurves gebruikt moeten worden. Ten tweede zijn er inmiddels ook andere vergelijkbare geïndividualiseerde curves in omloop bij zowel verloskundigenpraktijken als ziekenhuizen. Omdat de onderliggende formule van de GROW-curve van het Perinatal Institute verborgen wordt gehouden, kunnen wij niet nagaan of deze overeenkomt met overige publieke curves. Tot slot horen wij veel geluiden uit het werkveld omtrent een behoorlijke toename van groei-echo's en ook consulten in de 2e/3e lijn door het gebruik van GROW-curves.

Dit alles bedreigt de betrouwbaarheid (interne validiteit) van de resultaten van de IRIS studie. Daarom ontmoedigen wij het plotten van de fundus-symfyse-metingen en/of het EFW in geïndividualiseerde curves in het algemeen, voor de looptijd van de IRIS studie. Wel raden wij ten stelligste aan om systematisch de fundus-symfysemetingen te verrichten. Ook de KNOV is hiervan op de hoogte en steunt ons in deze beslissing.  

Is de IRIS studie nog zinvol na alle wijzigingen in de aanbevelingen?

Ja! Juist door deze aanpassingen kunnen we nog steeds de onderzoeksvraag van de IRIS studie beantwoorden, namelijk: Is routinematige echoscopie in de 2e helft van de zwangerschap (kosten-)effectief in het verbeteren van perinatale uitkomsten in een laagrisico zwangerschap?

Wij horen veel geluiden uit het werkveld omtrent een behoorlijke toename van groei-echo's en ook consulten in de 2e/3e lijn door het gebruik van GROW-curves. Wij raden u daarom ten stelligste aan dat u terughoudend bent met het verrichten van groei-echo's zolang uw verloskundigenpraktijk in de controleconditie zit. Doe dit alleen wanneer er volgens u een expliciete medische reden toe is op basis van systematische
fundus-symfysemetingen in combinatie met uw klinische blik. Alleen wanneer er een duidelijk contrast is in het aantal groei-echo's tijdens de controleconditie versus de interventieconditie, zullen wij de vraag omtrent de (kosten)effectiviteit van de routine 3e trimester echo in Nederland kunnen beantwoorden.

Onze praktijk werkt al geruime tijd met geïndividualiseerde curves: zowel voor de fundus-symfysemetingen als voor de groei-echo's. Moeten wij hiermee stoppen bij deelname aan de IRIS studie?

Nee, dat is niet verplicht. Binnen de IRIS studie raden wij ten stelligste aan om systematisch de fundus-symfysemetingen te verrichten. Maar zowel binnen Nederland als internationaal is er nog volop discussie welke groeicurves gebruikt moeten worden. De GROW-curves zijn nog niet voor iedereen beschikbaar (denk ook aan echocentra en ziekenhuizen) en er zijn ook andere vergelijkbare geïndividualiseerde curves in omloop bij zowel verloskundigenpraktijken als ziekenhuizen. Omdat de onderliggende formule van de GROW-curve van het Perinatal Institute verborgen wordt gehouden, kunnen wij niet nagaan of deze overeenkomt met overige publieke curves. Daarom ontmoedigen wij het plotten van de fundus-symfysemetingen en/of het EFW in geïndividualiseerde curves in het algemeen voor de looptijd van de IRIS studie. Ook de KNOV is hiervan op de hoogte.

Onze praktijk is wel getraind in GROW-NL, maar past de curves nog niet toe/ voert hier nog geen beleid op. Kunnen wij nog deelnemen aan de IRIS studie?

Jazeker! Voor deelname aan de IRIS studie is het wel essentieel dat u systematisch de fundus-symfysemetingen uitvoert. Wij raden echter af om deze metingen in de GROW- of overige geïndividualiseerde curve te plotten, zolang u deelneemt aan de IRIS studie. Dit gezien er zowel binnen Nederland als internationaal nog volop discussie is welke groeicurves gebruikt moeten worden EN gezien de GROW-curves nog niet voor iedereen beschikbaar zijn (denk ook aan echocentra en ziekenhuizen). Wij vragen u op basis van deze metingen in combinatie met uw klinische blik te beslissen wanneer u het nodig vindt om een groei-echo te (laten) verrichten.

Moeten wij tijdens de IRIS studie consult aanvragen/ verwijzen op basis van het EFW of de AC?

Tijdens de IRIS studie adviseren wij u zich te laten leiden door de echoscopische meting van de buikomtrek (AC) uitgezet op de Verburgcurve. Er is een nationaal akkoord (NVOG en KNOV) in het gebruik van de Verburgcurve voor de AC. Bovendien is deze curve gratis en openbaar beschikbaar voor verloskundige praktijken, echocentra en ziekenhuizen. Dit is ook in overeenstemming met het akkoord dat wij eerder hebben bereikt met de KNOV en NVOG in april 2014 omtrent de IRIS aanbevelingen voor de tweede lijn.

Uiteraard weegt u overige metingen (FL, HC, vruchtwater, EFW...) mee in het vormen van een klinisch totaalbeeld waarop u uw beleid bepaalt.

Ik heb het gehele KNOV-scholingsprogramma gevolgd met betrekking tot GROW-NL. Is dit voor niets geweest?

Zeker niet! Zoals uit internationale en nationale cijfers omtrent perinatale sterfte blijkt, verdient het opsporen van foetale groeivertraging absoluut onze aandacht. Het is van grote meerwaarde om op een systematische manier fundus-symfysemetingen uit te voeren. Wij verwachten ook dat u dat toepast tijdens de IRIS studie op de manier zoals u dat bij de KNOV hands-on training heeft geleerd. In welke curve deze metingen geplot moeten worden, staat nog ter discussie, daarom maken wij hier geen gebruik van zolang de IRIS studie loopt.

Welke metingen moet ik nu aanvragen als ik een eerstelijns groeiecho wil laten verrichten?

Wij raden u aan om het hoofd (HC en BPD), de buik (AC) en het bovenbeen (FL) te laten opmeten en uit te zetten in de Verburgcurves. Daarnaast bevelen we u aan de hoeveelheid vruchtwater in te schatten aan de hand van het meten van de diepste poel/ pocket. Indien u dat gewend bent, mag u ook gebruik maken van een geschat foetaal gewicht (EFW) om uw klinisch beeld compleet te maken. In de IRIS studie raden wij echter aan om de AC, uitgezet op de Verburgcurve, leidend te laten zijn in uw afweging om een zwangere voor consult of verwijzing naar de 2e/3e lijn te sturen. Dit is ook in overeenstemming met het akkoord dat wij eerder hebben bereikt met de KNOV en NVOG in april 2014 omtrent de IRIS aanbevelingen voor de tweede lijn.

Hoe staat de tweede lijn tegenover de aanpassingen in de IRIS studie?

Eerst en vooral: wij kunnen niet namens de 2e/3e lijn spreken. De ziekenhuizen die betrokken zijn bij de IRIS studie evenals de NVOG hebben op 13 oktober 2014 van ons een mail ontvangen met betrekking tot de wijzigingen.

De aanbevelingen specifiek voor de 2e lijn zijn ongewijzigd ten opzichte van de vorige versie, dus wij verwachten weinig weerstand. Het advies om de AC (echoscopisch gemeten buikomtrek) op de Verburgcurve leidend te laten zijn voor verwijzing van de 1e naar de 2e/3e lijn, komt overeen met het akkoord dat wij eerder hebben bereikt met de KNOV en NVOG in april 2014 omtrent de IRIS aanbevelingen voor de 2e/3e lijn. Ons inziens zal het beleid in 1e en 2e/3e lijn daardoor beter op elkaar aansluiten. Bovendien worden in het aangepaste protocol geen geïndividualiseerde groeicurves meer toegepast waar men in de meeste ziekenhuizen nog geen toegang toe heeft.

Onze softwareleverancier biedt ons 2 curves aan: de GROW-curve volgens het Perinatal Institute en een variant op basis van de ABCD-formule (of nog een andere variant). Welke moeten wij gebruiken in de IRIS studie?

Wij waarderen de inspanningen van uw softwareleverancier om het toepassen van GROW zo snel mogelijk voor iedereen beschikbaar te maken. Toch raden wij u af om zowel fundus-symfysemetingen als EFW-berekeningen in de GROW- of overige geïndividualiseerde curves te plotten, zolang u deelneemt aan de IRIS studie. Zowel binnen Nederland als internationaal is er nog volop discussie welke groeicurves gebruikt moeten worden. Omdat de onderliggende formule van de GROW-curve van het Perinatal Institute verborgen wordt gehouden kunnen wij niet nagaan of deze overeenkomt met overige publieke curves.

Als in de looptijd van de IRIS studie alsnog een landelijke beslissing valt omtrent het gebruik van een specifieke geïndividualiseerde curve, moeten we dan weer ons beleid wijzigen?

Voor de IRIS studie is het van groot belang dat u consequent hetzelfde beleid voert gedurende de hele looptijd van de dataverzameling. Het is erg onwaarschijnlijk dat binnen een jaar consensus bereikt wordt in het land omtrent het gebruik van een specifieke geïndividualiseerde curve. Al zouden wij het toejuichen om hieromtrent uniforme (inter-)nationale afspraken te hebben. Betrokken partijen, zoals de KNOV en NVOG, ondersteunen het belang van een consistent beleid binnen de IRIS studie.

Alleen wanneer er een duidelijk contrast is in het aantal groeiecho's tijdens de controleconditie versus de interventieconditie, zullen wij de vraag omtrent de (kosten)effectiviteit van de routine 3e trimester echo in Nederland kunnen beantwoorden. Dus daarom vragen wij u uitdrukkelijk om pas na de IRIS studie (die slechts 1 jaar zal duren) een beleidswijziging door te voeren met betrekking tot het opsporen van foetale groeirestrictie.

Het ziekenhuis waarmee wij samenwerken heeft net de GROW-methode geaccepteerd. Hoe leggen wij uit dat we hier in de IRIS studie geen gebruik meer van maken?

De ziekenhuizen die betrokken zijn bij de IRIS studie, evenals de NVOG, hebben op 13 oktober 2014 van ons een mail ontvangen met betrekking tot de wijzigingen. Wij raden u wel ten stelligste aan om bij uw ziekenhuis na te gaan of zij dit bericht ontvangen hebben.

Het advies om de AC (echoscopisch gemeten buikomtrek) op de Verburgcurve leidend te laten zijn voor verwijzingen van de 1e naar de 2e/3e lijn, komt overeen met het akkoord dat wij eerder hebben bereikt met de KNOV en NVOG in april 2014 omtrent de IRIS aanbevelingen voor de 2e/3e lijn. Ons inziens zal het beleid in 1e en 2e/3e lijn daardoor beter op elkaar aansluiten.

Met betrekking tot de motivatie waarom in de IRIS studie het gebruik van geïndividualiseerde curves wordt ontraden, verwijzen wij u graag naar het antwoord op de vraag "Waarom heeft men in de IRIS studie uiteindelijk toch besloten om de metingen niet in de geïndividualiseerde curves te plotten?"

Wij willen graag nogmaals benadrukken dat de aanbevelingen specifiek voor de 2e lijn ongewijzigd zijn ten opzichten van de vorige versie. Voor de meeste ziekenhuizen geldt dat zij nog geen toegang hebben tot geïndividualiseerde groeicurves. Onze aanbevelingen om niet meer op de geïndividualiseerde groeicurves te sturen, stelt alle ziekenhuizen in staat een meer uniform beleid te voeren gedurende de IRIS studie.

Indien u dat wenst kunt u het IRIS-team om advies vragen. Mocht het nodig zijn dat het IRIS team contact opneemt met uw ziekenhuis, dan is het efficiënt als u een naam en contactgegevens van het aanspreekpunt van uw ziekenhuis paraat heeft.

Mijn echoapparaat of softwareprogramma geeft geen nummering aan bij de Hadlockformule voor de EFW. Hoe weet ik of Hadlock 3 correct is ingesteld?

Hadlock 3 is de rekenformule ter bepaling van het geschatte foetale gewicht (EFW). Deze formule maakt gebruik van de hoofdomtrek (HC), buikomtrek (AC) en femurlengte (FL). Indien de nummering niet is aangegeven bij Hadlock, staat vaak HC, AC, FL tussen haakjes aangegeven. Let u goed op dat de bipariëtale diameter (BPD of DBP) niet opgenomen is in de ingestelde formule! Bij twijfel raden wij u aan contact op te nemen met de servicedesk van uw leverancier. 

Kunnen wij ons aanmelden specifiek voor de interventie-/controle conditie?

Dit is niet mogelijk. De IRIS studie heeft een bijzondere opzet, in onderzoekstermen heet dit stepped wedge cluster randomised trial. Alle praktijken zullen bij de start van de IRIS studie beginnen met het aanbieden van de controle conditie. Hierbij worden enkel echo’s verricht op indicatie. Iedere 3 maanden zullen 12 praktijken overgaan op het aanbieden van standaard derde trimester groeiecho’s, dit is de interventieconditie. Welke praktijken dit zijn, wordt iedere 3 maanden door randomisatie (loting) bepaald. Uiteindelijk zullen alle praktijken binnen de studie overgaan op het standaard aanbieden van groeiecho’s. Dit is noodzakelijk om een evenredige verdeling te krijgen over beide condities.

 

Staat er een financiële vergoeding tegenover de deelname aan de IRIS studie? 

Helaas kunnen wij geen financiële vergoeding bieden voor uw deelname aan de IRIS studie. Wel worden de twee routine groeiecho’s vergoed. Ook krijgt u voorrang op de KNOV hands-on training, u bewaakt de foetale groei volgens de nieuwste inzichten, u ontvangt gedurende het onderzoek regelmatig terugkoppeling op uw beleid en accreditatie wordt aangevraagd. Tevens streven wij ernaar om de belasting voor uw praktijk zo beperkt mogelijk te houden.  

Worden de 'standaard' groeiecho's (gedurende de IRIS interventieconditie) vergoed?

De twee groeiecho's die u routinematig uitvoert volgens het IRIS-protocol ten tijde van de interventie strategie, zullen zeker worden vergoed. Hoe u dat te zijner tijd kunt declareren, wordt op dit moment nog volop ontwikkeld. Wij willen uiteraard een logistiek die zowel voor u, als verloskundige praktijk, als voor ons praktisch, efficiënt en betrouwbaar werkt. Voor de eigenlijke aanvang van de IRIS studie zullen wij dit met u kortsluiten.

De echo’s die u tijdens de IRIS studie verricht/aanvraagt op indicatie, declareert u zoals u gewend bent. 

Worden wij in de toekomst ‘beboet’ door de zorgverzekeraars indien wij standaard 2 groeiecho’s uitvoeren in het kader van de IRIS studie?

Het klopt dat in de toekomst de zorgverzekeraars kritisch zullen kijken naar het aantal gedeclareerde groeiecho’s. De 2 echo’s per zwangere die in het kader van de IRIS studie worden verricht, zullen niet worden meegenomen in deze beoordeling. De zorgverzekeraars zijn op de hoogte van de IRIS studie en staan hier ook achter. 

Wij zijn een echocentrum en willen graag deelnemen aan de IRIS studie, kan dit?

Dank voor jullie interesse! Helaas is het niet mogelijk voor echocentra om zich aan te melden. Het werven van zwangeren en verzamelen van de gegevens gebeurt hoofdzakelijk op het niveau van de verloskundigenpraktijken. Wél kunnen verloskundigenpraktijken die hun echo’s door uw centrum laten uitvoeren zich aanmelden voor de IRIS studie, op die manier kunt u alsnog deelnemen.  

Staat uw vraag er niet bij?

Neem dan contact op via irisstudie@vumc.nl of 020-4441746 (maandag tot en met donderdag).